Het kunnen aanbieden van onderwijs dat aansluit bij wat een leerling nodig heeft, vraagt om een sterke basis in het schoolteam en een sterke relatie tussen de school, de leerling en de ouders. In de praktijk zoeken scholen dagelijks naar manieren om die verbinding te versterken, ook wanneer de omstandigheden complex zijn. Op de Dr. Herderschêeschool in Almelo kijken directeur Bas Hesselink en zijn team niet naar wat kinderen missen als ze er niet zijn, maar naar wat ze nodig hebben om er wél te zijn. Bij scholengemeenschap VOMEO in omgeving Meppel bouwt leraar Tijs ter Horst een brug naar school voor leerlingen die soms al langere tijd niet naar school gaan.
Tekst: Cato Montijn en Floor Catshoek
Volgens Bas Hesselink, directeur van de Dr. Herderschêeschool in Almelo, is het belangrijk dat kinderen zo veel en zo goed mogelijk onderwijs ontvangen. “Toen ik onze verzuimcijfers bekeek, schrok ik daar eerlijk gezegd een beetje van.” De Dr. Herderschêeschool is een school voor speciaal onderwijs, met als belangrijkste doelgroep zeer moeilijk lerende kinderen. Zes jaar geleden startte de school met een nieuwe aanpak van verzuim.
Ommezwaai
“Toen ik niet enkel meer naar het ongeoorloofd verzuim keek, maar naar het totale verzuim, bleek de schoolaanwezigheid lager dan ik dacht. Ook leerkrachten hadden zich niet gerealiseerd dat het zo ernstig was. Dat zorgde meteen voor een urgentiebesef in mijn team.”
Beeld: © Eigen foto
Bas Hesselink
Een ommezwaai was nodig. Door oorzaken van schoolverzuim beter in kaart te brengen, konden leerkrachten op de Herderschêeschool daar beter over in gesprek gaan met ouders. “Is een kind vaak ziek, dan kan er ook iets anders aan de hand zijn. Misschien zijn ouders snel bezorgd en houden ze hun kind liever thuis als het zich niet goed voelt. Of misschien spelen er achterliggende dingen.”
Positieve benadering
Zo’n gesprek benaderen ze altijd positief, vertelt Bas. “We hebben het bijvoorbeeld niet over verzuim, maar over schoolaanwezigheid. We benadrukken dat we blij zijn als de kinderen op school zijn. We geven aan dat kinderen gebaat zijn bij de structuur die school hun biedt.”
“We vragen ouders ook om dokters- of tandartsafspraken zoveel mogelijk buiten schooltijd te plannen”, gaat Bas verder. “Zo missen kinderen zo min mogelijk onderwijs. Want elk uur dat ze missen, is zonde. Als een kind een uur later op school komt, heeft het impact op het kind zelf, maar ook op de klas en de leerkracht. Het kind voelt zich bekeken, de klas wordt onrustig, de leraar moet de les onderbreken. Dat soort situaties willen we tot een minimum beperken.”
Actief in gesprek
Dat doet het team van de Herderschêeschool door actief in gesprek te gaan met ouders. “We geven veel voorlichting en merken dat ouders daardoor bewuster omgaan met de schoolaanwezigheid van hun kinderen. En als we zien dat de schoolaanwezigheid van een kind terugloopt, nodigen we de ouders uit voor een spreekuur. Daar is ook een leerplichtambtenaar bij. Niet om straf te geven of te vingerwijzen, maar om na te kunnen gaan wat er speelt en hoe we kunnen helpen de situatie te verbeteren.”
Zo raakt het team van de school beter betrokken bij de thuissituatie van kinderen. En de leerplichtambtenaar kan als dat nodig is snel schakelen met wijkcoaches of andere partners. “Het helpt om er bovenop te zitten”, merkt Bas. “Dat is een middel voor ons om in gesprek te komen over andere problemen die spelen in een gezin. Minder naar school komen is vaak een signaal dat er meer aan de hand is. Je ziet het bij kinderen die opgroeien in gezinnen waar armoede is: daar is school een bijzaak ten opzichte van wat nodig is om te overleven.”
Zo veel en zo goed mogelijk onderwijs
Bas noemt nog een ander voorbeeld: “We merkten dat een van de kinderen vaak te laat kwam en vaak ziekgemeld was. Toen we daarover contact opnamen, bleek de moeder enorme straatvrees te hebben. Zij kon haar kind daardoor vaak niet naar school brengen. We hebben toen leerlingenvervoer geregeld bij de gemeente. Nu komt het kind op tijd op school en is het rustiger in de klas. De moeder heeft daardoor minder angst en zorgen.”
Het belangrijkste is, benadrukt Bas, dat de kinderen zo veel en zo goed mogelijk onderwijs ontvangen. En de aanpak werkt: de schoolaanwezigheid op de Herderschêeschool is zichtbaar verbeterd. “Die is in het afgelopen jaar zeker 10 tot 15% gestegen. En het mooie is: ik heb in mijn team én bij ouders geen weerstand gezien tegen dit proces. Het kost misschien wat meer tijd en moeite, maar het levert ook veel op. We zien het allemaal echt als investering in de kinderen.”
Beeld: © Eigen foto
Tijs ter Horst
Les op afstand
Binnen scholengemeenschap VOMEO richten ze zich op leerlingen die al geruime tijd niet naar school kúnnen komen. Bijvoorbeeld omdat ze kampen met lichamelijke of psychische klachten. Leraar Tijs ter Horst bereikt deze leerlingen — via een scherm, een appje, of door ze te ontmoeten in een rustige werkruimte. Zo bouwt hij stap voor stap aan een vorm van onderwijs die voor deze leerlingen wel werkt.
Het Actieprogramma Digitale School van het ministerie van OCW is de motor van deze aanpak: zestien coalities van scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan het opzetten of uitbreiden van een landelijk dekkend netwerk van digitale schoolvoorzieningen. Zo kunnen ook leerlingen voor wie fysieke aanwezigheid op school tijdelijk niet mogelijk is, zich blijven ontwikkelen.
Tijs ter Horst zoekt voor deze leerlingen een weg terug naar onderwijs. Zijn werkplek is geen gewoon klaslokaal, maar een oude loods: een neutrale, rustige ruimte waar leerlingen vrijblijvend binnen kunnen lopen. "We beginnen altijd met een intakegesprek," vertelt Tijs. "De eerste vraag is: is deze leerling op dit moment in staat om iets te leren? En zo ja, wat past bij hem of haar op dit moment?" Pas daarna wordt er over onderwijs gesproken. De aanpak van Tijs is allesbehalve een standaardpakket. "Op dit moment volgt één van de tien leerlingen het volledige lesprogramma dat zijn klasgenoten doen. De rest doet één, twee of drie vakken. Te beginnen bij wat de leerling zelf leuk vindt of waar hij of zij goed in is."
Eerst vertrouwen, daarna onderwijs
De leerlingen die bij Tijs terechtkomen, hebben vaak al op veel verschillende manieren hulp gezocht. Zij kampen bijvoorbeeld met angststoornissen, hoogbegaafdheid of autisme. Het zijn jongeren voor wie de reguliere schoolomgeving nu nog te veel prikkels, te veel verwachtingen en te weinig ruimte biedt.
Tijs beschrijft één leerling die anderhalf jaar niet naar school was geweest en drie keer eerder geprobeerd had terug te keren. Dat lukte nooit langer dan een kwartier. "De eerste maanden hebben we het helemaal niet over school gehad. We speelden een kaartspelletje, maakten een wandeling. Ik vroeg: wat doe je in je vrije tijd? Wat voor muziek luister je? Gewoon dat vertrouwen opbouwen." Pas toen er ruimte ontstond, stelde Tijs voorzichtig de vraag of de leerling misschien iets voor school wilde doen. Nu volgt diezelfde leerling drie vakken en is er zicht op een overgang naar het volgende schooljaar. "Dat is een enorme overwinning."
Beeld: © Eigen foto
De loods waar de leerlingen naar toe kunnen komen.
De grootste meerwaarde van deze setting, zegt Tijs, is precies die ruimte voor aandacht. "Hier heb ik continu één-op-één contact. Ik kan echt op de relatie gaan zitten." Want dat is volgens hem de kern: de leerlingen die uitvallen hebben zelden cognitieve problemen. "Bijna al mijn leerlingen hebben de intelligentie voor havo of vwo. Ze zijn slim, ze kunnen het. Maar ze kunnen niet omgaan met de drukte, de prikkels, de verwachtingen van een volle klas."
Kleine overwinningen, geen grote eisen
Tijs verlaagt de drempel zo ver als nodig is. Er zijn geen verwachtingen over cijfers of tempo. "Als iets niet lukt, dan lukt het niet. We doen muizenstapjes." Hij heeft leerlingen die aan het einde van het jaar vier toetsen hebben gedaan voor twee vakken. "Dat is heel weinig. Maar het ís een overwinning. En die overwinning vieren we."
Contact houden staat centraal in zijn aanpak. Ook buiten de vaste momenten. Via WhatsApp stuurt hij een berichtje als er een resultaat van een toets binnenkomt. "Dan schrijf ik: ‘je hebt een 6,5 voor biologie. Goed gedaan, ga het vieren.’ Dat kleine gebaar doet meer dan mensen denken." Hij heeft ook nauw contact met ouders, want die dragen een zware last als hun kind niet naar school kan. "Wij nemen die onderwijstaak van ouders over. Dat ontlast hen enorm."
Preventief inzetten: schooluitval voorkomen
Met digitaal afstandsonderwijs hoeft niet worden gewacht tot een leerling is uitgevallen. Tijs vertelt over een leerling uit de bovenbouw die door een ziekte steeds meer lessen miste en angstig werd om naar school te gaan. "Ze was bang: als ik ziek word op school, wat doe ik dan?" Tijs zorgde ervoor dat haar onderwijs niet stilstond. Vier uur per week, digitaal of op locatie, werkte zij aan twee examenvakken. "Na zes weken was ze volledig bij. En ze zei zelf: ik wil langzaam ook weer proberen om naar school te gaan."
Dat is precies het doel. Digitaal afstandsonderwijs is geen eindstation, maar een brug. "In mijn ervaring is fysiek contact altijd het fijnste. Over een beeldschermpje kunnen we veel, maar als we echt samen in die ruimte zijn, kunnen we net wat meer." Naarmate leerlingen meer vertrouwen krijgen, komen ze vaker en langer langs. Tijs ziet nu zelfs mogelijkheden om leerlingen van verschillende scholen samen iets te laten doen — een museumbezoek voor Cultuur en Kunstzinnige Vorming, in een kleine, vertrouwde groep.
Maatwerk vraagt ook iets van de school
Dit alles vraagt niet alleen iets van Tijs en de leerling, maar ook van het schoolteam. "Het meeste werk gaat niet zitten in het gesprek met de leerling, maar in het contact met de docenten hoe we de lesstof inclusief en passend kunnen maken." Scholen moeten digitaal lesmateriaal aanleveren, docenten moeten bereikbaar zijn voor vakinhoudelijke vragen en er moet een ontwikkelingsperspectief (OPP)-document komen met alle relevante zorginfo. "Alleen dan werkt het."
Tijs werkt nu met twee scholen binnen scholengemeenschap VOMEO en staat aan de vooravond van een uitbreiding naar scholen buiten de eigen scholengemeenschap. Spannend, geeft hij toe. Maar ook veelbelovend. "Bijna van elke leerling die nu bij mij zit, durf ik te zeggen: als dit er niet was geweest, zaten zij nu gewoon thuis. Zonder overzicht, zonder structuur, zonder iemand die naar hen omkijkt. Vorig jaar stond ik nog gewoon voor de klas als mentor. Dit is iets heel anders. Maar ik raad het elke docent aan. Je leert er ontzettend veel van."
