Grensoverschrijdend gedrag kan helaas overal plaatsvinden. Ook op scholen komen pesten, discriminatie, ongewenste opmerkingen of seksuele intimidatie voor. Het  Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs moet helpen de sociale veiligheid op scholen te verbeteren. Zo moeten scholen verplicht een externe en een interne vertrouwenspersoon hebben. Vertrouwenspersoon Femke de Leeuw legt uit waarom dat belangrijk is. “Mensen moeten kunnen kiezen met wie ze in gesprek willen.”

Beeld: © Ministerie van OCW

Femke de Leeuw met staatssecretaris Koen Becking

Femke de Leeuw is verpleegkundige in opleiding tot specialist. Ze werkt als een van de externe vertrouwenspersonen binnen de GGD Gelderland-Zuid voor scholen in de regio. Als externe vertrouwenspersoon werkt Femke op afroep. “We zijn een aanspreekpunt voor leerlingen, ouders en medewerkers”, vertelt ze. “Zij kunnen bij ons terecht met zorgen of klachten over veiligheid, seksueel grensoverschrijdend gedrag, machtsmisbruik of pestgedrag. Daarnaast hebben we een preventieve taak en geven we zowel gevraagd als ongevraagd advies aan bovenschoolse besturen. Binnen de GGD werken we met vier externe vertrouwenspersonen voor verschillende scholen. Mensen bellen naar een algemeen nummer, en wij kijken dan wie van ons de vrager het best verder kan helpen.”

Interne en externe vertrouwenspersonen

Het is voor scholen belangrijk zowel een interne als een externe vertrouwenspersoon te hebben, vindt Femke. “Een interne vertrouwenspersoon is iemand die voor de school werkt. Een docent of onderwijsondersteuner. Een bekend gezicht dus. Zo iemand is laagdrempelig te benaderen voor medewerkers, leerkrachten, leerlingen of ouders.” Vooral leerlingen willen meestal graag hun verhaal doen aan iemand die ze kennen en vertrouwen, vertelt Femke. “En deze persoon kan ook voor medewerkers een geschikte eerste stap zijn. Maar voor hen kan het ook fijn zijn direct naar een externe vertrouwenspersoon te gaan; soms voelen mensen ongemak als ze hun verhaal moeten vertellen aan een naaste collega.”

“Ouders hebben vaak het idee dat interne vertrouwenspersonen er meer voor de school zijn en externe vertrouwenspersonen echt onafhankelijk te werk gaan”, gaat Femke verder. Ze ontkracht die gedachte meteen; elke vertrouwenspersoon is onafhankelijk. “Toch is het goed om dat beeld dat ouders hebben, serieus te nemen. Door een interne en een externe vertrouwenspersoon aan te bieden, kun je mensen laten kiezen waar ze zich het veiligst voelen. Bij de vertrouwenspersoon op school, of juist niet? Zo’n keuzemogelijkheid werkt drempelverlagend.”

Beeld: © Ministerie van OCW

Femke de Leeuw

Luisteren en ondersteunen

Als vertrouwenspersoon definieert Femke samen met de hulpvrager de kern van het probleem, en denkt ze mee over volgende stappen. “We luisteren eerst heel goed naar het verhaal dat iemand doet, en verhelderen dan de klacht. We stellen de vraag: wanneer is het goed voor jou, wanneer voelt jouw probleem opgelost? We kunnen vervolgens in alle stappen begeleiden. We beginnen bijvoorbeeld met een gesprek met een docent, en schakelen als dat nodig is op naar teamleider, directeur of bovenschools bestuur.”

De volgende stap is die naar een klachtencommissie. Dat is een onafhankelijk orgaan dat klachten behandelt van ouders, leerlingen en personeel wanneer het niet lukt een oplossing te vinden met de school zelf. De Wet vrij en veilig onderwijs verplicht scholen om zich aan te sluiten bij een landelijke klachtencommissie.

De stap naar een klachtencommissie gebeurt alleen in uiterste gevallen, zegt Femke. “Tenzij iemand zegt: ik wil meteen naar de klachtencommissie. Het is aan degene die met de klacht komt om te beslissen welke stappen te nemen. Ik zeg nooit: doe dat maar niet. Maar ik bespreek van tevoren wel uitgebreid wat diegene eruit wil halen.”

Bij gesprekken zit Femke als vertrouwenspersoon naast degene met de klacht. “Letterlijk; ik ga mee en ondersteun de hulpvrager bij het gesprek. Ik kan bijvoorbeeld inspringen als ik in het gesprek iets mis dat de hulpvrager graag wilde bespreken. Mensen vinden het fijn dat ik erbij zit. Ze voelen zich daardoor gesterkt. Als vertrouwenspersoon kan ik niet direct problemen oplossen. Maar mensen vinden het fijn dat er iemand is bij wie ze terecht kunnen. Iemand die onbevooroordeeld is.”

Laagdrempelige en duidelijke routes

Femke vindt het belangrijk dat de Wet vrij en veilig onderwijs er komt. “We kunnen dan steviger inzetten op vertrouwenspersonen. Het is belangrijk dat mensen ergens terecht kunnen.”

Nu is er bij sommige scholen nog onduidelijkheid over wie de vertrouwenspersoon is en hoe mensen diegene kunnen benaderen, legt Femke uit. “Ik hoop dat de nieuwe wet helpt om die routes duidelijker en laagdrempeliger te maken. Dan voelen mensen zich veiliger om het te bespreken als er dingen niet goed gaan.”