Hoe weet je als school of een aanpak écht werkt? Ruim 400 scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs deden de afgelopen jaren mee aan het programma ‘Effectmeting Kansrijke Interventies' dat OCW samen met het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) heeft opgezet. Wetenschappers onderzochten met NP Onderwijsmiddelen welke interventies leerlingen het beste helpen om leervertragingen in te halen. Het doel: duidelijk krijgen wat werkt, voor wie, en onder welke omstandigheden.

Beeld: © Ministerie van OCW

Alwin Akkermans (links, voormalig directeur van basisschool De Klipper in Berkel en Rodenrijs) en Marc van der Steeg (gedragswetenschapper bij OCW)

Het NP Onderwijs is opgezet als reactie op de leervertragingen die ontstonden tijdens de COVID-crisis. Onderzoek toonde aan dat leerlingen in het basisonderwijs nauwelijks iets geleerd hadden tijdens de schoolsluitingen. ‘Er is toen bewust gekozen om alle scholen direct middelen te geven om deze vertragingen aan te pakken. Maar omdat scholen hun eigen programma’s mochten samenstellen en daarvoor elk hun eigen mix van interventies kozen, was het lastig om het effect van specifieke interventies te meten’, vertelt Marc van der Steeg. Marc is gedragswetenschapper en initiatiefnemer van het NRO-programma. ‘Scholen wilden graag weten welke programma’s en methodes écht helpen om die leervertragingen weg te werken. Vanuit OCW is toen nagedacht: wat kunnen we met deze situatie?’ Marc: ‘Vervolgens hebben we een aanvullend programma opgezet, geïnspireerd door een succesvolle Engelse aanpak met zogenoemde ‘efficacy trials’. Daarbij worden de effectiviteit van veelbelovende interventies in de praktijk onafhankelijk en overtuigend onderzocht.’ OCW financierde het met 15 miljoen euro uit de NP Onderwijsgelden. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) begeleidde het proces van leren en kennisdelen tussen de projecten.

"Door het onderzoek weten we nu veel beter welke interventies echt werken en onder welke voorwaarden. Dat helpt scholen bewuste keuzes te maken."

Onderzoeksopzet

Het programma bestond uit een pilotstudie in 2022–23 en een hoofdonderzoek in 2023–24 waarin 13 interventies zijn onderzocht. De pilotstudie betrof zogenoemde high dosage tutoring voor zwakke rekenaars in het vmbo. Voor het hoofdonderzoek konden interventieaanbieders veelbelovende interventies aandragen. Deze interventies richten zich op het inhalen van leervertragingen of op het verbeteren van het welbevinden van leerlingen. Onafhankelijke onderzoeksteams verzamelden de gegevens in het schooljaar 2023–2024 op de deelnemende scholen. Marc: ‘Onder de interventies waren bijvoorbeeld een online oefenprogramma voor zwakke rekenaars, een digitaal tutorprogramma op het gebied van lezen, en mentorlessen over stress’. Het onderzoek is uitgevoerd als een ‘Randomized Controlled Trial’ (RCT). Volgens Marc is dat op deze schaal ‘uniek’ in Nederland. Marc: ‘Scholen kregen begeleiding van interventieaanbieders bij de invoering van de interventies, de kosten van de interventie werden vergoed, en onderzoekers volgden de voortgang van de leerlingen. Door random (willekeurige, red) toewijzing van de interventies en het gebruik van aselecte controlegroepen konden de resultaten goed worden vergeleken en effecten geloofwaardig worden vastgesteld. Zo werd duidelijk welke interventies echt verschil maken in de klas. In Engeland hebben ze al veel ervaring met dit type effectonderzoek.’

Bewuste keuzes

OCW gebruikt de resultaten om leraren te ondersteunen bij evidence-informed werken. Marc: ‘Vier jaar na de schoolsluitingen is de leergroei van basisschoolleerlingen op taal en rekenen in Nederland grotendeels hersteld, mede dankzij het gerichte herstelbeleid vanuit het Nationaal Programma Onderwijs. Maar door het effectonderzoek weten we nu ook veel beter welke interventies echt werken en onder welke voorwaarden. Die kennis helpt scholen om in de toekomst nog bewustere keuzes te maken voor hun leerlingen om achterstanden in te halen en het welzijn van leerlingen te verbeteren.’ Eind 2025 worden de resultaten gepubliceerd.

Beeld: © Ministerie van OCW

Alwin Akkermans (links) en Marc van der Steeg

Gratis ervaring opdoen

Alwin Akkermans was tijdens het onderzoek directeur van Basisschool De Klipper in Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland. Deze school deed mee met het onderzoek naar het programma Rekensprint om de rekenachterstand van leerlingen weg te werken. Alwin: ‘Ik had net een leergang evidence-informed werken gedaan en bedacht me dat dit een goede manier zou zijn om te onderzoeken of het programma Rekensprint dat we gebruikten ook echt effectief is. Door deel te nemen, konden we zonder kosten in de praktijk meten wat wel en niet werkt bij het gebruik van Rekensprint. Rekensprint is in de basis ‘leren rekenen’. Het programma helpt leerlingen bij het automatiseren en getalbegrip. Dat hebben ze nodig om verder te groeien in hun rekenontwikkeling.’ ‘Het mooie is dat je als team samen leert en groeit, omdat je er met elkaar over spreekt. Samen leren en ervaringen delen, zorgt ervoor dat we ons onderwijs steeds verder verbeteren. Je kijkt met je team kritisch naar je eigen methodes en staat meer open voor nieuwe inzichten. De Klipper haakt inmiddels ook op andere initiatieven aan, zoals de subsidie van het Masterplan basisvaardigheden’, aldus Alwin.

"Ik roep andere scholen op om ook aan dit soort onderzoeken mee te werken en naar buiten te laten zien waarop je als schoolteam trots bent."

Oproep en advies

Alwin moedigt andere scholen aan om ook actief te kiezen voor evidence-informed werken, ook als ze niet precies weten hoe ze moeten beginnen. ‘Met evidence-informed werken kun je wetenschappelijk onderbouwen waarom je iets doet en waarom dat werkt en zo kritisch reflecteren op het onderwijsbeleid. Ik roep andere scholen op om mee te doen aan praktijkgericht onderzoek via het programma Ontwikkelkracht en naar buiten te laten zien waarop je als schoolteam trots bent. Laten we niet klakkeloos achter mooie oneliners aangaan, maar met elkaar verder kijken wat er echt werkt en wat de theorie daarover zegt. Ik blijf zeker aangehaakt, nu via het programma Ontwikkelkracht.’ Marc vult aan: ‘Via het programma Ontwikkelkracht kun je ook deelnemen aan nieuwe leertrajecten en daarvoor subsidie aanvragen. Basisscholen krijgen via het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO) inzicht in de leergroei van hun leerlingen. Dat helpt bij benchmarking en het identificeren van knelpunten. Meld je dus aan voor deze NCO-leergroeirapportages en maak gebruik van de toolkit leren en lesgeven op onderwijskennis.nl.