Onderwijshuisvesting heeft de volle aandacht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, maar financiële middelen liggen helaas niet voor het oprapen. Martje Erkelens is werkzaam bij OCW als beleidsmedewerker onderwijshuisvesting en is programmacoördinator van het Programma Onderwijshuisvesting (POHV). Zij licht toe waarvoor je bij uitstek bij OCW terecht kunt.
Dit artikel verscheen eerder in magazine Stedebouw & Architectuur #5, met als thema 'Scholenbouw'.
Beeld: © Stedebouw&Architectuur
‘Je gunt elk kind een geweldige school in een prachtgebouw’ (render IKC het Park, Amersfoort; bron: 19 het atelier)
“In mijn werk”, begint Erkelens, “gaat het vooral om de vraag waar op landelijk niveau de behoefte ligt. Zoals wetgeving waar je tegenaan loopt of bepaalde thema’s, waarvoor landelijke regie wenselijk is. Onderwijshuisvesting is gedecentraliseerd, maar op sommige vlakken is behoefte aan meer landelijke regie. Zoals het standaardiseren van processen of verbeteren van samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen. Het Programma Onderwijshuisvesting (POHV) ontwikkelt hiervoor laagdrempelige instrumenten en kennisdocumenten, waarmee gemeenten en schoolbesturen aan de slag kunnen. Inmiddels zijn onder andere het Meerjarenonderhoudsplan-Clustermethode en de Rekenmethodiek Circulaire Restwaarde klaar om te worden toegepast. Ook biedt het POHV ondersteuning aan gemeenten en schoolbesturen bij hun opgave door de inzet van experts en mentoren. Een breed pakket aan mogelijkheden dus.”
Beeld: © Stedebouw&Architectuur
Martje Erkelens
Veel energie
Het POHV is tevens een platform waar mooie initiatieven een podium krijgen. Dit maakt het voor gemeenten en schoolbesturen mogelijk te leren van alle eerdere ervaringen, zonder zelf het wiel opnieuw te hoeven uitvinden. Erkelens: “Vanuit OCW gaan we met gemeenten en schoolbesturen in gesprek over wat wél kan en hoe we onderwijshuisvesting met elkaar een flinke impuls tot verbetering kunnen geven. Ik vind het geweldig om te merken dat er bij alle betrokken partijen zoveel energie aanwezig is. Iedereen wil een mooi gebouw neerzetten én bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. En dat door een leeromgeving te creëren waar leerlingen optimaal hun talenten kunnen ontwikkelen en onderwijsmedewerkers zich met plezier inzetten.”
Ook met de brede ondersteuning en expertise van het POHV blijft het bouwen van een school een complexe aangelegenheid. Zaken als stikstof, netcongestie en infrastructuur doen hun duit in het zakje. Net zoals samenwerking. Zeker als een schoolgebouw ook een maatschappelijke functie krijgt, kost het tijd en energie om de verschillende partijen op één lijn te brengen. Erkelens: “Kies je voor standaardiseren en de daarbij behorende voordelen in tijd, inzet en financiën, dan ben je meer bezig met het proces en professionalisering van het opdrachtgeverschap, dan met het bouwen zelf. Ook daarvoor geeft het programma met diverse tools houvast. Dan voorkom je bijvoorbeeld dat je aan de voorkant cruciale partijen vergeet te betrekken. Ook word je ertoe aangezet tijdig het sociaal domein te informeren en te inventariseren hoe zij kijken naar noodzakelijke voorzieningen als een bibliotheek of wijkcentrum. Je richt je uniform en met één mond tot een marktpartij en voorkomt dat halverwege het proces iemand iets uit de hoge hoed tovert. We hopen zodoende dat ook de samenwerking tussen markt en publieke sector verbetert”, benadrukt Erkelens.
Beeld: © Stedebouw&Architectuur
‘Iedereen wil een mooi gebouw neerzetten’ (render Stedelijk Gymnasium Haarlem; bron: Brique architecten)
Nationaal Groeifonds
“Naast het POHV zijn we via een impuls vanuit het Nationaal Groeifonds gestart met een innovatief programma, waarmee we bijvoorbeeld de effecten van gebundeld aanbesteden en het gebruik van een verplicht standaard PvE in bouwprojecten onderzoeken. Met het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting kunnen de ideeën die op papier mooi klinken, zich in de praktijk bewijzen. Uiteraard monitoren we de effectiviteit van alle instrumenten. Hopelijk kunnen we op termijn de conclusie trekken dat veel scholen op deze manier uiteindelijk kostenefficiënter, sneller en beter worden aangepakt. En dat de samenwerking positief wordt ervaren en de processen soepel en efficiënt verlopen. Want dat is ons uiteindelijke doel.”
“Je gunt elk kind uiteindelijk een geweldige school in een prachtgebouw. Wat we nu met elkaar betekenen voor het optimaliseren van onderwijsvastgoed, is nog decennialang van betekenis. Niet alleen voor kinderen en onderwijsmedewerkers, maar voor de hele samenleving. Laten we samen de schouders eronder blijven zetten, onze blik richten op wat kan en vooruitkijken naar de maatschappelijke winst van duurzame en toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Er liggen legio kansen en juist door knelpunten in de praktijk op te lossen, creëren we brede mogelijkheden. Dit moeten wij, alle betrokken partijen, samen doen. Bijna alsof we één team zijn. Vanuit OCW zetten wij ons daar met grote betrokkenheid voor in.”
